Een bijdrage van staatsminister Mark Eyskens, oud-minister van buitenlandse zaken.

De val van de muur van Berlijn in 1989

De val van de muur van Berlijn op de avond van 9 november 1989 is, omwille van zijn betekenis en zijn gevolgen, een van de belangrijkste gebeurtenissen van de naoorlogse geschiedenis. Het leidde tot de implosie van het communisme, de explosie van de Sovjet-Unie, de hereniging van beide Duitslanden, de uitbreiding van de Europese Unie en het oprichten van de Europese Monetaire Unie. Het openbreken van de muur van Berlijn, die de muur van de schande was, bleek het gevolg te zijn van toeval en noodzaak. Het Sovjet rijk kraakte in zijn voegen, vooral in de landen van Oost-Europa. De politieke en intellectuele dictatuur van het toegepaste communisme werd ondraaglijk, ook omwille van de op gang komende informatie- en communicatierevolutie en de groeiende economische achterstand in vergelijking met het Westen.  In andere landen van Oost-Europa groeide het verzet en de druk om het grensverkeer met West-Europa te openen. Dit gebeurde in Hongarije waar de grens met Oostenrijk werd opengesteld en een stroom van vluchtelingen naar het westen op gang kwam.

Ik had het voorrecht, als minister van buitenlandse zaken, Oost Berlijn te bezoeken 2 weken na het slaan van de eerste bres in de muur, waaraan ik trouwens een emotioneel bezoek bracht. Ik was uitgenodigd door de regering van de Duitse Democratische Republiek voor een officiële reis, een bezoek maanden voor de val van de muur gepland. De sfeer in Berlijn was een paradoxale mengvorm van hoop ongerustheid. De belangrijkste politici ontvingen mij zoals Egon Krenz, de opvolger van Erich Honecker als nieuwe staatsleider en de nieuwe eerste minister Hans Modrow. Krenz ontving mij in zijn protserige residentie, ooit door de nazi’s opgetrokken. De man zelf bleek evenwel bijzonder weifelend en aarzelend in zijn toekomstbeeld. Ik zei hem duidelijk dat de val van de muur onvermijdelijk zou leiden tot de hereniging van beide Duitslanden. Waarop Krenz wat geschrokken en afwijzend antwoordde dat de socio-economische situaties tussen Oost en West Duitsland veel te disparaat waren om tot een hereniging over te gaan. Hij wenste de ondernemingen van de DDR niet te laten opslorpen door grote Amerikaanse multinationals. Tot mijn verbazing vroeg hij mij uit over het functioneren van de Benelux, daaraan toevoegend dat hij een soort intergouvernementele samenwerking tussen de DDR en de Bondsrepubliek wel zag zitten. Een dag later had ik contact met de leiders van de oppositie, christendemocraten en liberalen, en tot mijn verbazing vonden zij, zoals Krenz, dat een hereniging totaal voorbarig was en dat de Beneluxformule moest worden uitgeprobeerd. In mijn talrijke politieke contacten in vele andere landen heb ik vaak moeten constateren hoe groot daar de belangstelling is voor de werking van de Benelux. Ook in Israël had ik de gelegenheid met Shimon Peres de mogelijkheid te bespreken van een driestatenoplossing met een groeiend samenwerkingsverband tussen Israël, Palestina en Jordanië. Het is ook jammer dat vandaag in de schoot van de Benelux landen zelf zo weinig aandacht wordt besteed aan de Benelux gedachte.

In november 1989 kon niemand voorspellen in welke omwoelende stroomversnelling de geschiedenis zou treden. Nauwelijks een jaar later in september 1990 kreeg de Duitse eenmaking concreet gestalte met het afsluiten van de zogenaamde “4 + 2 overeenkomst” te Moskou, onder impuls van Helmut Kohl en de westerse leiders president Bush senior, Margaret Thatcher, François Mitterrand en dankzij bereidwilligheid van Michael Gorbatsjov. Niet alleen werd aldus een einde gemaakt aan de koude oorlog maar werd ook het laatste litteken  - het ijzeren gordijn  - van de Tweede wereld oorlog uitgewist.

Het Verdrag van Maastricht  1992

De gevolgen van de val van de muur van Berlijn creëerden de voorwaarden om een reuzestap te zetten op de weg naar meer Europese integratie, door uitbreiding en verdieping. Reeds op 8 en 9 december 1989 riep de Franse president François Mitterrand een Europese top bijeen van de regeringsleiders en ministers van buitenlandse zaken van de Europese Gemeenschap. De vergadering vond plaats in het gezellige Palais de Rohan te Straatsburg. Een emotionele bijeenkomst had plaats waarop Helmut Kohl, tot tranen toe bewogen, zijn collega’s dankte omdat ze volledige steun wilden verlenen aan de hereniging van beide Duitslanden en dit met alle gewenste politieke, diplomatieke en economische middelen. Toch was het op de vergadering voelbaar dat landen als Frankrijk, Groot-Brittannië en Nederland wel enigszins beducht waren voor de enorme macht, die het verenigde Duitsland zou gaan uitoefenen in het hart van Europa. Mitterrand en Kohl trokken zich voor een persoonlijk gesprek uit de vergadering terug in een aanpalend gesprek en keerden nadien terug in onze vergadering. Mitterrand sprak toen, op plechtstatige toon,  historische woorden uit: “Chers collègues, j’ai a vous proposer un accord historique”. Deze overeenkomst, onmiddellijk door Helmut Kohl bijgetreden, kwam hierop neer dat de Duitse hereniging onverkort zou worden doorgevoerd maar dat tegelijkertijd werk zou worden gemaakt van een kwantumsprong in de Europese integratie, namelijk door het oprichten van een Europese Monetaire Unie. Het invoeren van een gemeenschappelijke munt, namelijk de euro, zou ook leiden tot het bereiden van de Duitse economische en politieke macht van het grote Duitsland, na de hereniging.  Aldus de e onuitgesproken wens van een aantal Europese landen. Te Straatsburg werd besloten om een Europese conferentie samen te roepen ten einde de monetaire en de politieke samenwerking in een veel groter Europa uit te bouwen. De onderhandelingen over het verdrag van Maastricht heb ik van dichtbij meegemaakt, daarin bijgestaan door de voortreffelijke diplomaten van het Belgische ministerie van buitenlandse zaken, die een onderhandelingspaper hadden voorbereid, waaraan wij samen hard hadden gewerkt. Deze nota  -  de Belgian paper  - heb ik bij het begin van de negotiaties aan mijn collega’s overhandigd en tijdens de besprekingen werd er geregeld naar verwezen. Maastricht was ook een persoonlijke overwinning voor Jacques Delors, de commissievoorzitter, die jarenlange inspanningen bekroond zag.

De monetaire unie opende rond de millennium-wende het “eurotisch tijdvak” met groot succes maar ook met een aantal structurele onvolmaaktheden: het ontbreken van een betekenisvolle Europese begroting met eigen fiscaliteit, van het europeanisering van een aantal nationale bevoegdheden, van een eigen Europees schuldbeleid, van grotere mobiliteit van de productiefactoren, enz …

Zou het kunnen dat de coronacrisis van 2020 de vervolmaking van de Europese integratie in een hogere snelheid kan schakelen?